


De ‘U’ van balU… “Uitgedaagd op Stap ”.
Eén van onze letters is heel specifiek verbonden met de onderwijsbehoeften en verwachtingen
van het Katholiek onderwijs op onze school. Deze letters staan nooit alleen of op zichzelf en raken de andere drie domeinen. De pijler ‘Op stap' ondersteunt het geheel en zorgt mee voor de tegemoetkoming aan de verscheidenheid aan talenten en mogelijkheden bij leerlingen.
Het nieuwe leerplan Op.stap van Katholiek Onderwijs Vlaanderen biedt scholen een duidelijk en samenhangend kader om kwaliteitsvol onderwijs voor elke leerling vorm te geven. Het vertrekt vanuit een kennisrijk curriculum, met heldere doelen en sterke leerlijnen die stap voor stap worden opgebouwd. Dankzij de verschillende leerroutes kan beter worden ingespeeld op de mogelijkheden en ondersteuningsnoden van elke leerling. Op.stap combineert daarbij hoge verwachtingen met differentiatie en brede persoonsvorming, waardoor scholen leerlingen gericht kunnen begeleiden in hun groei en ontwikkeling..
De capaciteit om te handelen en te reflecteren scherpen we aan door doelgericht onze activiteiten en werkvormen in de klas te bepalen.
De talentenarchipel is een verzameling van eilanden die wordt weergegeven als een landkaart of schatkaart. Elk eiland heeft een bijzonder betekenis en verwijst naar een van de negen competenties of ontwikkelingsdomeinen. Op de eilanden kunnen kinderen hun interesses en talenten ontdekken. Elk van deze eilanden is onderdeel van een groter geheel. Dat grotere geheel is het mannetje dat wordt gevormd door al deze eilanden samen.
De archipel is dan ook een mooi middel om:
-
Positief en groeigericht met kinderen te praten over hun passies, interesses en talenten.
-
Breed te kijken naar kinderen en dus ook breed en krachtig te evalueren en rapporteren over hun sterktes.
● Naast de labanalyse van Bodymap te leggen om er toe te komen dat kinderen eigenaar zijn van hun eigen ontwikkeling en de school en leerkrachten er zijn om dit proces te monitoren en waar nodig te begeleiden.
Deze werking brengt kleuters op termijn dichter bij de overgang naar het leren in het eerste leerjaar en de organisatie zorgt voor overlappingen met de carrouselwerking waardoor de stap naar de lagere school voor de kinderen herkenbaarder en makkelijk wordt.
In de lagere school start onze dag met ‘dagelijkse kost’ waar automatismen in taal en rekenen dagelijks worden bevraagd om ervoor te zorgen dat ze snel kunnen worden opgeroepen in
taal- of rekenvaardigheden zoals bijvoorbeeld schrijven of vraagstukken.
Dankzij de wetenschappelijke relevantie van ‘kwartierlezen’ merken we een verschil
in het lezen en begrijpend lezen door eenvoudigweg elke dag een kwartier van de
lestijd te voorzien voor de leerlingen om te lezen in de klas aan de hand van een divers
aanbod boeken en werkvormen.
Leren wordt in de klassen van de onderbouw georganiseerd in een carrouselvorm. In sommige klassen noemen we het ‘naar de kermis gaan’ een leermoment waar de kinderen elke week opnieuw erg naar uitkijken. Verschillende aspecten van de leergebieden komen hier aan bod. We doen dit spelenderwijs, in kleine groepjes en op niveau van het kind. De werking van carrousel beantwoordt aan domeinen binnen zowel de persoonsgebonden als cultuurgebonden doelstellingen uit ZILL:
-
Door gesprekken te voeren met medeleerlingen of met de leerkracht verhoogt het leerpotentieel van taken en activiteiten.
-
Interactie met leerkracht en medeleerlingen maakt leren betekenisvoller. Bovendien blijft de leerstof gemakkelijk hangen als je erover hebt kunnen communiceren met anderen.
Interactie tussen kinderen heeft een invloed op de sociale vaardigheden en zorgt voor ‘ZIN in leren en ZIN in leven.


![[Aff-017] Afficheduo Op.png](https://static.wixstatic.com/media/e782af_5f261e95c35f4979bbe3d35a181f562b~mv2.png/v1/crop/x_0,y_168,w_468,h_293/fill/w_308,h_189,al_c,q_85,usm_0.66_1.00_0.01,enc_avif,quality_auto/%5BAff-017%5D%20Afficheduo%20Op.png)